doelwit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doel·wit
enkelvoud meervoud
naamwoord doelwit doelwitten
verkleinwoord doelwitje doelwitjes

Zelfstandig naamwoord

doelwit o

  1. het punt waarop men zijn schiettuig richt
    Het schot ging net naast het doelwit.
Vertalingen