oogmerk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈoχmεrk/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈoxmεrk/
Woordafbreking
- oog·merk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oogmerk | oogmerken |
| verkleinwoord | oogmerkje | oogmerkjes |
Zelfstandig naamwoord
oogmerk o
- een bedoeling
- Hij opende een restaurant met het oogmerk rijk te worden.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.