bek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bek | bekken |
| verkleinwoord | bekje | bekjes |
Zelfstandig naamwoord
bek m
- (anatomie) snavel van vogels
- (anatomie) mond van dieren
- (dysfemisme) mond van een mens
- iets dat qua vorm of beweging overeenkomst vertoont met een bek
Spreekwoorden
- Op je bek gaan
Hard en pijnlijk vallen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| bekken |
bek