bek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bek
enkelvoud meervoud
naamwoord bek bekken
verkleinwoord bekje bekjes

Zelfstandig naamwoord

bek m

  1. (anatomie) snavel van vogels
  2. (anatomie) mond van dieren
  3. (dysfemisme) mond van een mens
  4. iets dat qua vorm of beweging overeenkomst vertoont met een bek
Spreekwoorden
  • Op je bek gaan
Hard en pijnlijk vallen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bekken

bek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekken
    Ik bek.
  2. gebiedende wijs van bekken
    Bek!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekken
    Bek je?