muil
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- muil
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | muil | muilen |
| verkleinwoord | muiltje | muiltjes |
Zelfstandig naamwoord
muil
- m de bek van een groot dier
- De leeuw hield zijn prooi in zijn muil.
- m (pejoratief) de mond van een persoon
- Hou je grote muil!
- v/m (kleding) een type schoeisel dat eenvoudig aan te doen is
- Het is erg in de mode muiltjes te dragen.
- m (veeteelt) kruising tussen een paard en een ezel