zweette

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zweet·te

Werkwoord

vervoeging van
zweten

zweette

  1. enkelvoud verleden tijd van zweten
    • Ik zweette. 
    • Jij zweette. 
    • Hij, zij, het zweette.