zonnestelsel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Het zonnestelsel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·stel·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnestelsel zonnestelsels
verkleinwoord zonnestelseltje zonnestelseltjes

Zelfstandig naamwoord

zonnestelsel o

  1. (astronomie) het stelsel van onze zon en alle planeten die eromheen draaien
    • De planeet Jupiter is de grootste planeet van het zonnestelsel. 
Synoniemen
Meroniemen
Verwante begrippen
Het zonnestelsel in het Nederlands

ZonMercuriusVenusAardeMarsJupiterSaturnusUranusNeptunus
PlutoErisMakemakeHaumeaCeres
MaanDeimosPhobosEuropaIoCallistoGanymedesTitanTitaniaOberonTriton

Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie