zonnestelsel
Uiterlijk

- zon·ne·stel·sel
- samenstelling van zon en stelsel met het invoegsel -e- en medeklinkerverdubbeling (regel 2.B).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zonnestelsel | zonnestelsels |
| verkleinwoord | zonnestelseltje | zonnestelseltjes |
het zonnestelsel o
- (astronomie) het stelsel dat bestaat uit onze zon en alle planeten die eromheen draaien; bij uitbreiding ook dergelijke stelsels om andere sterren
- De planeet Jupiter is de grootste planeet van het zonnestelsel.
- ▸ Ze legde de vruchten een voor een met een sierlijk gebaar op het gehavende hout, waar ze als planeten lagen te gloeien, een zonnestelsel waarin zij tijdelijk de zon werd.[1]
- ▸ Overigens is er in het zonnestelsel wel een ander merkwaardig object gevonden dat de aanduiding 1983TB heeft gekregen.[2]
| Het zonnestelsel in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Zon
• Mercurius
• Venus
• Aarde
• Mars
• Jupiter
• Saturnus
• Uranus
• Neptunus | |||||||||||
1.
- Het woord zonnestelsel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zonnestelsel" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers
, ISBN 9789464043075 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Invoegsel -e- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Astronomie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %