zintuig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zin·tuig
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zintuig zintuigen
verkleinwoord zintuigje zintuigjes

Zelfstandig naamwoord

zintuig o

  1. een orgaan dat prikkels uit de buitenwereld in elektrische signalen voor de hersenen omzet
    De neus is het zintuig waarmee men ruikt.
Hyponiemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl