zintuig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zin·tuig
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zintuig zintuigen
verkleinwoord zintuigje zintuigjes

Zelfstandig naamwoord

zintuig o

  1. een orgaan dat prikkels uit de buitenwereld in elektrische signalen voor de hersenen omzet
    De neus is het zintuig waarmee men ruikt.
Hyponiemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie