zintuig
Uiterlijk
- Geluid: zintuig (hulp, bestand)
- IPA: / ˈzɪntœyx / (2 lettergrepen)
- (Nederland) /ˈzɪntœyx/
- (Vlaanderen) /ˈzɪntœx/
- zin·tuig
- In de betekenis van ‘orgaan dat prikkels van buiten waarneemt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1678 [1]
- samenstelling van zin en tuig [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zintuig | zintuigen |
| verkleinwoord | zintuigje | zintuigjes |
het zintuig o
- een orgaan dat prikkels uit de buitenwereld in elektrische signalen voor de hersenen omzet
- ▸ De eenvoudige vraag, wat een zintuig eigenlijk is, bleek een stuk lastiger te beantwoorden dan gedacht.[3]
- ▸ De werking van een zintuig berust ten principale op de mogelijkheid van zijn receptorcel om een stimulus om te zetten in een andere vorm van chemische of fysische energie, de respons.[3]
- De neus is het zintuig waarmee men ruikt.
1. orgaan
- Het woord zintuig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zintuig" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "zintuig" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ zintuig op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 Louw Feenstra V“Zintuigen” (2016), Amsterdam University Press
, ISBN 9789048529421 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %