Naar inhoud springen

weggaan

Uit WikiWoordenboek
  • weg·gaan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
weggaan
ging weg
weggegaan
klasse 7 volledig

weggaan

  1. ergatief zich ergens vandaan begeven
    • We moeten nu echt weggaan, anders komen we niet meer op tijd. 
     Ik wilde maar één ding, en dat was hier weggaan en mijn zelfbeheersing en energie hervinden.[1]
     'We kunnen toch niet weggaan als het ons even niet bevalt? Dan geven we een slecht voorbeeld.[2]
  2. ergatief uitgaan, feesten
    • Wilde jij vanavond nog weggaan? 
  3. ergatief uit een relatie stappen
    • De vriendin van de buurman is gisteren bij hem weggegaan. 
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Tatiana Rosnay
    “Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be