vertrekken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘weggaan’ voor het eerst aangetroffen in 1287 [1]
  • afgeleid van trekken met het voorvoegsel ver- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertrekken
vertrok
vertrokken
klasse 3 volledig

Werkwoord

vertrekken

  1. ergatief weggaan.
    • We waren de dag daarvoor vertrokken. 
     Maar de slang maakte geen aanstalten om te vertrekken.[3]
  2. ergatief van gelaatstrekken van uitdrukking veranderen
    • Zijn gezicht vertrok van woede. 
  3. stoppen met het vervullen van een functie
     De meeste mensen zijn vriendelijk in hun oordeel over u. En toch draait uw maag zich half om als u uw vertrekkende directeur mag toespreken of de familie met een tafelspeech mag onderhouden op de bruiloft van uw dochter.[4]
Antoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

vertrekken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vertrek

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. "vertrekken" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. vertrekken op website: Etymologiebank.nl
  3. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink Weblink bron Nico van der Voet “Spreken is goud” (20-01-2011), Reformatorisch Dagblad
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be