vertrekken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘weggaan’ voor het eerst aangetroffen in 1287 [1]
  • afgeleid van trekken met het voorvoegsel ver- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertrekken
vertrok
vertrokken
klasse 3 volledig

Werkwoord

vertrekken

  1. ergatief weggaan.
    • We waren de dag daarvoor vertrokken. 
  2. ergatief van gelaatstrekken van uitdrukking veranderen
    • Zijn gezicht vertrok van woede. 
Antoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

vertrekken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vertrek

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen