vertrekken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·trek·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertrekken
vertrok
vertrokken
klasse 3 volledig

Werkwoord

vertrekken

  1. ergatief weggaan.
    • We waren de dag daarvoor vertrokken. 
  2. ergatief van gelaatstrekken van uitdrukking veranderen
    • Zijn gezicht vertrok van woede. 
Antoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

vertrekken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vertrek

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.