wegen/vervoeging
Uiterlijk
| vervoeging van de bedrijvende vorm van wegen | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| onbepaalde wijs | kort | lang | |||||||||
| onvoltooid | tegenwoordig | wegen | te wegen | ||||||||
| toekomend | zullen wegen | te zullen wegen | |||||||||
| voltooid | tegenwoordig | hebben gewogen | te hebben gewogen | ||||||||
| toekomend | gewogen zullen hebben | gewogen te zullen hebben | |||||||||
| onvoltooid deelwoord | voltooid deelwoord | gebiedende wijs | aanvoegende wijs | ||||||||
| wegend | gewogen | ev. weeg | mv. verouderd weegt | wege | |||||||
| aantonende wijs | enkelvoud | meervoud | |||||||||
| onvoltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij, ge | hij, zij, het | wij, we | jullie | zij, ze | ||||
| tegenwoordig (o.t.t.) | weeg | weegt | weegt | weegt | weegt | wegen | wegen | wegen | |||
| verleden (o.v.t.) | woog | woog | woog | woogt | woog | wogen | wogen | wogen | |||
| toekomend (o.t.t.t.) | zal wegen | zult/zal wegen | zult/zal wegen | zult wegen | zal wegen | zullen wegen | zullen wegen | zullen wegen | |||
| voorwaardelijk (o.v.t.t.) | zou wegen | zou wegen | zou(dt) wegen | zoudt wegen | zou wegen | zouden wegen | zouden wegen | zouden wegen | |||
| voltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||||
| tegenwoordig (v.t.t.) | heb gewogen | hebt gewogen | hebt/heeft gewogen | hebt gewogen | heeft gewogen | hebben gewogen | hebben gewogen | hebben gewogen | |||
| verleden (v.v.t.) | had gewogen | had gewogen | had gewogen | hadt gewogen | had gewogen | hadden gewogen | hadden gewogen | hadden gewogen | |||
| toekomend (v.t.t.t.) | zal gewogen hebben | zal/zult gewogen hebben | zult/zal gewogen hebben | zult gewogen hebben | zal gewogen hebben | zullen gewogen hebben | zullen gewogen hebben | zullen gewogen hebben | |||
| voorwaardelijk (v.v.t.t.) | zou gewogen hebben | zou gewogen hebben | zou/zoudt gewogen hebben | zoudt gewogen hebben | zou gewogen hebben | zouden gewogen hebben | zouden gewogen hebben | zouden gewogen hebben | |||
| onpersoonlijke lijdende vorm gewogen worden | |||||||||||
| onvoltooid | voltooid | ||||||||||
| tegenwoordig | er wordt gewogen | er is gewogen | |||||||||
| verleden | er werd gewogen | er was gewogen | |||||||||
| toekomend | er zal gewogen worden | er zal gewogen zijn | |||||||||
| voorwaardelijk | er zou gewogen worden | er zou gewogen zijn | |||||||||
| lijdende vorm gewogen worden | |||||||||||
| onbepaalde wijs | kort | lang | |||||||||
| onvoltooid | tegenwoordig | gewogen worden | gewogen te worden | ||||||||
| toekomend | gewogen zullen worden | gewogen te zullen worden | |||||||||
| voltooid | tegenwoordig | gewogen zijn | gewogen te zijn | ||||||||
| toekomend | gewogen zullen zijn | gewogen te zullen zijn | |||||||||
| enkelvoud | meervoud | ||||||||||
| onvoltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||||
| tegenwoordig (o.t.t.) | word gewogen | wordt gewogen | wordt gewogen | wordt gewogen | wordt gewogen | worden gewogen | worden gewogen | worden gewogen | |||
| verleden (o.v.t.) | werd gewogen | werd gewogen | werd gewogen | werdt gewogen | werd gewogen | werden gewogen | werden gewogen | werden gewogen | |||
| toekomend (o.t.t.t.) | zal gewogen worden | zult gewogen worden | zult gewogen worden | zult gewogen worden | zal gewogen worden | zullen gewogen worden | zullen gewogen worden | zullen gewogen worden | |||
| voorwaardelijk (o.v.t.t.) | zou gewogen worden | zou gewogen worden | zou/zoudt gewogen worden | zoudt gewogen worden | zou gewogen worden | zouden gewogen worden | zouden gewogen worden | zouden gewogen worden | |||
| voltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||||
| tegenwoordig (v.t.t.) | ben gewogen | bent gewogen | bent/is gewogen | zijt gewogen | is gewogen | zijn gewogen | zijn gewogen | zijn gewogen | |||
| verleden (v.v.t.) | was gewogen | was gewogen | was gewogen | waart gewogen | was gewogen | waren gewogen | waren gewogen | waren gewogen | |||
| toekomend (v.t.t.t.) | zal gewogen zijn | zult gewogen zijn | zult gewogen zijn | zult gewogen zijn | zal gewogen zijn | zullen gewogen zijn | zullen gewogen zijn | zullen gewogen zijn | |||
| voorwaardelijk (v.v.t.t.) | zou gewogen zijn | zou gewogen zijn | zou/zoudt gewogen zijn | zoudt gewogen zijn | zou gewogen zijn | zouden gewogen zijn | zouden gewogen zijn | zouden gewogen zijn | |||