wogen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wo·gen

Werkwoord

vervoeging van
wegen

wogen

  1. meervoud verleden tijd van wegen
    • Wij wogen. 
    • Jullie wogen. 
    • Zij wogen. 

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.