wed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wed
enkelvoud meervoud
naamwoord wed wedden
verkleinwoord wedje wedjes

Zelfstandig naamwoord

wed o

  1. doorwaadbare plaats, voorde [1] [2]
  2. drenkplaats
  3. weddenschap [3] [4] [5]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
wedden

wed

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wedden
    Ik wed.
  2. gebiedende wijs van wedden
    Wed!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wedden
    Wed je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal