wad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een wad in Nieuw-Zeeland

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wad
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘doorwaadbare plaats’ voor het eerst aangetroffen in 107 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord wad wadden
verkleinwoord wadje wadjes

Zelfstandig naamwoord

wad o

  1. (geologie) een bij eb droogvallend buitendijks gebied
    • Het wad is het tehuis van een groot aantal levende wezens. 
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen