wedde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wed·de

Werkwoord

vervoeging van
wedden

wedde

  1. enkelvoud verleden tijd van wedden
    • Ik wedde. 
    • Jij wedde. 
    • Hij, zij, het wedde. 
  2. aanvoegende wijs van wedden

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie