wachter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wach·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van de werkwoordstam van wachten met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord wachter wachters
verkleinwoord wachtertje wachtertjes

Zelfstandig naamwoord

wachter m

  1. iemand die op wacht staat
  2. iemand die staat te wachten
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen