sluiswachter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de roepende sluiswachter
Uitspraak
Woordafbreking
  • sluis·wach·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sluiswachter sluiswachters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sluiswachter m [1]

  1. (beroep) beambte die een sluis bedient
    • Slechts 30 procent van de gestolen vaartuigen wordt teruggevonden. V-trace weet welke gegevens nodig zijn om een boot snel terug te vinden. Het bedrijf heeft een netwerk opgebouwd met onder andere brug- en sluiswachters, havenmeesters en politie. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen