vermaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·maak
enkelvoud meervoud
naamwoord vermaak vermaken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vermaak o [1]

  1. amusement, vermakelijke handeling
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Het hebben van de zaak, is het einde van 't vermaak
Als je iets hebt, is het verlangen ernaar weg.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vermaken

vermaak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vermaken
    • Ik vermaak. 
  2. gebiedende wijs van vermaken
    • Vermaak! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vermaken
    • Vermaak je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen