leedvermaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leed·ver·maak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leedvermaak -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

leedvermaak o

  1. het genoegen scheppen in het leed van een ander
    • Hij kon zijn leedvermaak nauwelijks onderdrukken toen zijn rivaal ten val kwam. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen