fun

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
fun -

Zelfstandig naamwoord

fun

  1. lol, plezier, pret
    «They are having a lot of fun
    Zij hebben een hoop plezier.


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

fun m

  1. (spreektaal) fun, lol
    «Cécile, je lui ai dit que si je sortais avec elle, c’était juste pour le fun
    Ik heb Cécile gezegd dat ik alleen maar voor de lol met haar uitging. [1]

Verwijzingen