amusement

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • amu·se·ment
enkelvoud meervoud
naamwoord amusement amusementen
verkleinwoord amusementje amusementjes

Zelfstandig naamwoord

amusement o

  1. iets waarmee men zich vermaakt
    Wat een amusement was dat, zeg.
    Na hard werken vond hij dat hij wel een amusementje had verdiend.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

|}

Meer informatie


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Franse werkwoord amuser.
enkelvoud meervoud
amusement ammunitions

Zelfstandig naamwoord

amusement

  1. amusement, vermaak, vermakelijkheid, verstrooiing, vertier
  2. genoegen, genot, lust, plezier, pret
  3. hilariteit
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: for amusement only
alleen voor amusement
  • [1]: for amusement's sake
voor zijn amusement
  • [1]: to provide amusement
amusement bieden
  • [1]: For your amusement! (FYA)
Voor uw vermaak!
Typische woordcombinaties
  • [1]: sufficient amusement
een voldoende amusement