verlangen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lan·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verlangen verlangens
verkleinwoord verlangentje verlangentjes

Zelfstandig naamwoord

verlangen o

  1. graag iets willen hebben
    • Zijn verlangen nog eenmaal zijn oude vaderland te zien ging in vervulling. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verlangen
verlangde
verlangd
zwak -d volledig

Werkwoord

verlangen

  1. inergatief ~ naar iets erg graag willen hebben
    • Hij verlangde naar een lekker bakkie koffie. 
  2. inergatief ~ van een eis aan iemand stellen
    • Er werd van hem verlangd dat hij ervoor uit zijn vakantie terug zou komen. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl