verlangde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lang·de

Werkwoord

vervoeging van
verlangen

verlangde

  1. enkelvoud verleden tijd van verlangen
    • Ik verlangde. 
    • Jij verlangde. 
    • Hij, zij, het verlangde. 
  2. verbogen vorm van verlangd, voltooid deelwoord van verlangen