begeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
begeren begerend
begeerte begeerd
- begeerlijk
- begerenswaardig
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ge·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
begeren
begeerde
begeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

begeren

  1. (overgankelijk) sterk verlangen om iets te bezitten
    Je krijgt niet altijd alles wat je hartje begeert.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl