wensen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wen·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wensen
wenste
gewenst
zwak -t volledig

Werkwoord

wensen

  1. verlangen, op iets hopen
  2. op iets hopen voor iemand, toewensen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

wensen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord wens

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie