veiligheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vei·lig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord veiligheid veiligheden
verkleinwoord veiligheidje veiligheidjes

Zelfstandig naamwoord

veiligheid v

  1. een situatie waarin een bepaald gevaar niets kan aanrichten
    • De huizen werden in veiligheid gebracht voor de naderende storm. 
     ‘Ik ben gelukkig vast in dienst. Voor mijn baas is deze situatie uiterst vervelend. Veel bedrijven moeten nu een balans gaan zoeken tussen geld blijven verdienen en de veiligheid. Vandaag gaan we ook bekijken hoe we het vanaf volgende week gaan doen met het werk.’[1]
     President Niinisto en premier Marin van Finland zijn voorstander van het NAVO-lidmaatschap van hun land. Volgens de twee moet het land "zonder vertraging" een aanvraag doen voor het lidmaatschap van het militaire bondgenootschap. Dinsdag zei de defensiecommissie van het Finse parlement al dat toetreden tot de NAVO de beste optie is om nationale veiligheid te garanderen.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Charlotte Huisman “Wie neemt er nog de trein op een stil Utrecht Centraal?” (13 maart 2020), de Volkskrant
  2. Bronlink geraadpleegd op 10 mei 2022 Weblink bron “Finse politieke leiders willen toetreden tot de NAVO, Rusland ziet dreiging” (12 mei 2022), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be