cyberveiligheid
Uiterlijk
- Geluid: cyberveiligheid (hulp, bestand)
- IPA: /'sɑjbərvɛɪləxhɛɪt/
- cy·ber·vei·lig·heid
- afgeleid van veiligheid met het voorvoegsel cyber-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cyberveiligheid | - |
| verkleinwoord | - | - |
de cyberveiligheid v
- (internet) veiligheid in cyberspace, voornamelijk op internet
- Zelfs onder normale omstandigheden hebben verkiezingen democratische nadelen. Ze dwingen politici tot kortetermijnpolitiek, waardoor lange termijn problemen – klimaat, stikstof, woningbouw, cyberveiligheid of de vergrijzing – op de lange baan worden geschoven, vaak uit angst voor electorale afstraffing.[1]
- Het woord cyberveiligheid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.