Naar inhoud springen

veiligheidsriem

Uit WikiWoordenboek
Filmpje over een veiligheidsriem voor bedrijfsvoertuigen in 1964.
  • vei·lig·heids·riem
enkelvoud meervoud
naamwoord veiligheidsriem veiligheidsriemen
verkleinwoord veiligheidsriempje veiligheidsriempjes

deveiligheidsriemm

  1. twee banden van sterk weefsel met een sluiting die iemand in een veilige positie vast te houden bij een botsing of sterke vertraging
    • Maak uw veiligheidsriem vast en zet uw stoel rechtop. 
     Het overgrote deel van vliegtuigongevallen gebeurt tijdens start of landing. De snelheden zijn dan vergelijkbaar met die van snelle auto’s. De overlevingskans is heel behoorlijk, mits de veiligheidsriem wordt gedragen.[2]
  2. band van sterk weefsel om iemand in een veilige positie vast te houden bij een botsing of sterke vertraging
     Zijn auto is ‘een hermetisch afgesloten ruimte waarbinnen alles is wat het is en blijft wat het is, voor nu en altijd: de hendels en knopjes, de lampjes naast de snelheidsmeter, het zwart van de veiligheidsriem schuin over mijn bollende buik’ (…).[3]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 27 februari 2025 Weblink bron
    Sip Koopmans
    “Een smakeloze tekening : Doe je riempje maar vast” (28 maart 2015) op nrc.nl op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 27 februari 2025 Weblink bron
    Marc Reugebrink geciteerd door Sofie Gielis
    Boeken : De blik op oneindig : Marc Reugebrinks sterrenkunde in: Dietsche Warande en Belfort., jrg. 150 nr. 2 (maart/april 2005), Merz, Gent, p. 294
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be