vals

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vals
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vals valser valst
verbogen valse valsere valste
partitief vals valsers -

Bijvoeglijk naamwoord

vals

  1. onecht, niet legitiem
    • Dit zijn valse biljetten van €20. 
  2. bij honden: geneigd tot wangedrag, zoals onverhoeds bijten
    • Deze hond is mishandeld en daardoor vals geworden. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Noors

Woordafbreking
  • va·lens
Naar frequentie 15614

Zelfstandig naamwoord

vals, m

  1. onbepaalde vorm genitief enkelvoud van val


Spaans

enkelvoud meervoud
vals valses

Zelfstandig naamwoord

vals m

  1. wals (soort dans)


Turks

Zelfstandig naamwoord

vals

  1. wals (soort dans)
  2. walsmuziek
Synoniemen