valsspeler
Uiterlijk

- Geluid: valsspeler (hulp, bestand)
- IPA: / ˈvɑlspelər / (3 lettergrepen)
- vals·spe·ler
- Naamwoord van handeling van valsspelen en met het achtervoegsel -er
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | valsspeler | valsspelers |
| verkleinwoord | valsspelertje | valsspelertjes |
de valsspeler m
- iemand die niet eerlijk is tijdens het spelen van een spel
- De valsspeler probeerde in de kaarten van zijn tegenstander te kijken d.m.v. een spiegel.
- Het woord valsspeler staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "valsspeler" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -er in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %