valsspeler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de valsspeler laat 2 personen mee kijken in de kaarten van zijn tegenstander
Uitspraak
Woordafbreking
  • vals·spe·ler
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord valsspeler valsspelers
verkleinwoord valsspelertje valsspelertjes

Zelfstandig naamwoord

valsspeler m

  1. iemand die niet eerlijk is tijdens het spelen van een spel
    • De valsspeler probeerde in de kaarten van zijn tegenstander te kijken d.m.v. een spiegel. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be