toeval

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·val
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toeval toevallen
verkleinwoord (toevalletje) (toevalletjes)

Zelfstandig naamwoord

toeval

  1. o: een gebeurtenis of omstandigheid die vooraf niet te voorzien of niet te berekenen is geweest
  2. m/o: (medisch) een aanval van epilepsie
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Werkwoord

vervoeging van
toevallen

toeval

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toevallen
    ... dat ik toeval.

Meer informatie