zenuwtoeval

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·nuw·toe·val
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zenuwtoeval zenuwtoevallen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zenuwtoeval m/o [1]

  1. plotselinge angstaanval soms met bewustzijnsverlies
     De boer zag het wel zitten maar Dirkje kreeg een zenuwtoeval van angst.[2]
     Wie in België is opgegroeid, heeft altijd wel iets moeten wegdenken om in Griekenland zonder zenuwtoeval te kunnen leven, al is het maar het vuil op straat, de soms op brutaliteit lijkende assertiviteit van de Grieken, of het vaak stuitende, aan wreedheid grenzende gebrek aan compassie.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “'Herinnering van een Zwarte Piet'” (27 okt. 2013), De Telegraaf
  3. Bronlink Weblink bron Hans Brems “Griekenland - Weggaan is altijd een beetje blijven” (05/07/2012), De Standaard