surprise

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sur·pri·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit Frans surprise [1], in de betekenis van ‘verrassing’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599. [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord surprise surprises
verkleinwoord surprisetje surprisetjes

Zelfstandig naamwoord

surprise v

  1. een op een speciale manier ingepakt cadeau
    • Voor Sinterklaas had hij een extra grote surprise gemaakt. 
  2. verrassing
     Daarachter ontvouwde zich het tweede deel van het plein, als een verborgen surprise, geflankeerd door het onwereldse dogepaleis, dat leek te zweven met twee breekbaar ogende, opengewerkte benedenverdiepingen onder een stoere, middeleeuwse bovenbouw, en de twee zuilen waarachter het plaveisel zonder muurtje, hek, verkeersbord of waarschuwing overging in het water van Canal Grande, de lagune en de open zee.[3]
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

surprise

  1. overgankelijk verrassen
  2. overgankelijk verwonderen
enkelvoud meervoud
surprise surprises

Zelfstandig naamwoord

surprise

  1. (historisch) (militair) verrassingsaanval
  2. verrassing

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron surprise in: Oxford English Dictionary, second edition (1989) op oed.com


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  surprise     la surprise     surprises     les surprises  

Zelfstandig naamwoord

surprise v

  1. verrassing
    «Cela par esprit de repartie, pour la raison qu'à la mi-février les Allemands, profitant d'une relève sans doute nonchalante, avaient lancé une attaque surprise qui leur avait permis d'avancer sur un front d'un kilomètre et demi au sud de Ripont.»[2]
    Dankzij hun slagvaardigheid hadden de Duitsers, die een ongetwijfeld nonchalante aflossing uitbuitten, half februari een verrassingsaanval gelanceerd die hen in staat had gesteld op te rukken over een front van anderhalve kilometer ten zuiden van Ripont.

Werkwoord

surprise

  1. voltooid deelwoord (participe passé) van surprendre (v)
  2. verrast
    «Je l’ai surprise dans les bras d’un jeune homme, qui, dès qu’il s’est vu découvert, est venu sur moi.»[3]
    Ik had haar in de armen van een jongeman betrapt, die vervolgens op mij afkwam, toen hij mij ontdekt had.
  3. onverwacht

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron surprise in: Trésor de la langue française informatisé, Dictionnaire de l’Académie française, huitième édition, 1932-1935 (1971-1994) op cnrtl.fr
  2. Claude Duneton chapitre 25 (2003), Balland, Parijs in: Le Monument : roman vrai, nouvelle éd. augmentée (2014), Presses de la Cité
  3. Bronlink geraadpleegd op 29 maart 2021 Weblink bron Montesquieu Lettres persanes in: André Lefèvre, A. Lemerre (eds) Lettres persanes, texte établi (1873), p. 155-156 op wikisource.org op Wikipedia