surprise

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sur·pri·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verrassing’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord surprise surprises
verkleinwoord surprisetje surprisetjes

Zelfstandig naamwoord

surprise v

  1. een op een speciale manier ingepakt cadeau
    • Voor Sinterklaas had hij een extra grote surprise gemaakt. 
  2. verrassing
     Daarachter ontvouwde zich het tweede deel van het plein, als een verborgen surprise, geflankeerd door het onwereldse dogepaleis, dat leek te zweven met twee breekbaar ogende, opengewerkte benedenverdiepingen onder een stoere, middeleeuwse bovenbouw, en de twee zuilen waarachter het plaveisel zonder muurtje, hek, verkeersbord of waarschuwing overging in het water van Canal Grande, de lagune en de open zee.[2]
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak

Werkwoord

surprise

  1. overgankelijk verrassen
  2. overgankelijk verwonderen
enkelvoud meervoud
surprise surprises

Zelfstandig naamwoord

surprise

  1. verrassing