verrassen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: verassen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ras·sen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘overrompelen’ voor het eerst aangetroffen in 1254 [1]
  • Van Middelnederlands verraschen; afgeleid van ras, snel: iemand te snel afzijn
  • afgeleid van ras met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verrassen
verraste
verrast
zwak -t volledig

Werkwoord

verrassen

  1. overgankelijk onverwachts confronteren, overrompelen
    • De chanteur werd verrast door de bewijzen tegen hem. 
     Het adembenemende uitzicht aan de andere kant van de berg verraste ons.[3]
  2. overgankelijk iemand onverwachts verblijden
    • Ik wil je graag verrassen met dit cadeau. 
     Er waren ook mensen die zelf de PCT hadden gelopen en nu anderen wilden verrassen met Trail Magic.[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen