verwonderen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·won·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verwonderen
verwonderde
verwonderd
zwak -d volledig

Werkwoord

verwonderen

  1. (overgankelijk): vreemd toelijken
    Hij was verwonderd door de grote hoeveelheid speelruimte voor kinderen.
  2. (wederkerend): zich ~: vreemd toelijken
    Ik verwonderde me over de grote hoeveelheid snoepgoed in die auto.
Vertalingen