verwonderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·won·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verwonderen
verwonderde
verwonderd
zwak -d volledig

Werkwoord

verwonderen

  1. overgankelijk: vreemd toelijken
    • Hij was verwonderd door de grote hoeveelheid speelruimte voor kinderen. 
  2. wederkerend: zich ~: vreemd toelijken
    • Ik verwonderde me over de grote hoeveelheid snoepgoed in die auto. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.