suma

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoogsilezisch

Zelfstandig naamwoord

suma

  1. (wiskunde) som; resultaat van een optelling
Verwante begrippen

Meer informatie


Surinaams

Vragend voornaamwoord

suma

  1. wie


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • su·ma
enkelvoud meervoud
suma sumas

Zelfstandig naamwoord

suma v

  1. (wiskunde) som

Werkwoord

vervoeging van
sumar

suma

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van sumar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van sumar
vervoeging van
sumir

suma

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van sumir
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van sumir
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van sumir


Verwijzingen


Pools

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Latijnse summa

Zelfstandig naamwoord

suma v

  1. (wiskunde) som; resultaat van een optelling
  2. som; hoeveelheid geld, geldbedrag
Verwante begrippen

Meer informatie


Slowaaks

Zelfstandig naamwoord

suma v

  1. som; hoeveelheid geld, geldbedrag
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • veľká suma v – grote som
Verwante begrippen


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • su·ma
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Latijnse summa

Zelfstandig naamwoord

suma v

  1. (wiskunde) som; resultaat van een optelling
    «Výsledek sčítání se označuje jako suma
    Het resultaat van het optellen wordt de som genoemd.
  2. som; hoeveelheid geld, geldbedrag
    «Investovaná suma by se měla za zhruba 20 let vrátit.»
    De geïnvesteerde som zou in twintig jaar moeten terugkeren.
Verbuiging
Synoniemen
  1. součet monbezield, úhrn monbezield
  2. obnos monbezield, částka v
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • bilanční suma v – balanstotaal
  • suma sumárum
  • značná suma v – behoorlijke som
Verwante begrippen
Anagrammen
Paroniemen

Meer informatie

Verwijzingen

Zelfstandig naamwoord

suma

  1. genitief enkelvoud van sumo
  2. nominatief meervoud van sumo
  3. accusatief meervoud van sumo
  4. vocatief meervoud van sumo