sommeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • som·me·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sommeren
sommeerde
gesommeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

sommeren

  1. (overgankelijk) met authoriteit een bevel geven
    In 1986 werden de eigenaars van de strandhutten gesommeerd om per oktober hun hutten te ontruimen en af te breken.
  2. (overgankelijk) (wiskunde) een aantal grootheden optellen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • som·me·ren
Naar frequentie 3179

Zelfstandig naamwoord

sommeren

  1. nominatief bepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van sommer


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • som·me·ren
Naar frequentie 2578

Zelfstandig naamwoord

sommeren

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van sommer