gelasten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·las·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gelasten
gelastte
gelast
zwak -t volledig

Werkwoord

gelasten

  1. inergatief een dwingende opdracht geven
    • De koning vaardigde een besluit uit, waarbij alle Joden gelast werd binnen vijf maanden het land te verlaten. 
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen