ordenar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • or·de·nar
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ordenar
ordenaba
ordenado
volledig

Werkwoord

ordenar

  1. ordenen, rangschikken
  2. bevelen, verordenen
  3. opruimen
  4. tot priester wijden
Verwijzingen