solderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Solderen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sol·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘metaal aaneenhechten’ voor het eerst aangetroffen in 1438 [1]
  • afgeleid van het Franse souder (met het achtervoegsel -eren) [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
solderen
soldeerde
gesoldeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

solderen

  1. (metaalbewerking) een door verhitting vloeibare tussenstof (het soldeer) aanbrengen tussen losse metaaldelen waardoor deze na afkoeling vast verbonden blijven [3]
    • De monteur soldeert de afgebroken draad aan de luidspreker. 
  2. betalen (minder gebruikelijk) [4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen