betalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
betalen betalend
betaling betaald
- betaalbaar
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ta·len
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: betalen (be- + talen)
  • Verwant in Germaans:
West: Duits: (be)zahlen, Fries: betelje
Noord: Zweeds: betala, Deens/Noors: betale,
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
betalen
betaalde
betaald
zwak -d volledig

Werkwoord

betalen

  1. ditransitief geld (of andere zaken) geven aan iemand om de kosten te voldoen
    • Wij hebben het uiteindelijk toch betaald gekregen. 
    • Wij moesten voor alle diensten afzonderlijk betalen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • 'Iemand iets betaald zetten'
Wraak nemen
  • Iemand met gelijke munt terugbetalen
Wraak nemen
  • Een hoge prijs betalen
Ergens slecht vanaf komen
  • leergeld betalen
door schade en schande wijzer worden
  • ‘Als bisschop van Brugge betaalde ik leergeld in de omgang met seksueel misbruik. Toen ik begon, bestond de commissie-Adriaenssens niet meer en de parlementaire commissie was nog niet gestart, maar ik moest wel handelen. Ik onderschatte de kwetsuren die misbruik veroorzaakt.’ Dat zegt aartsbisschop Jozef De Kesel in een interview met Kerk & Leven. [2]
  • Dan is het een teken van intellectuele armoede dat economen overal in de westerse wereld een verhoging van de pensioenleeftijd aanraden, waar die tot voor kort, als uitkomst van de crisis in de jaren tachtig, nog naar beneden ging. Hebben zij geen leergeld betaald? In fabrieksarbeid komen er helemaal geen banen bij, dus waar moeten al die afgeschreven 60-plussers naartoe? Het is totaal onrealistisch dat zij straks op de arbeidsmarkt ineens weer kunnen concurreren. [3]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. De Standaard 23/03/2016
  3. Volkskrant Dirk-Jan van Baar is historicus. 6 november 2016