slachtoffer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slacht·of·fer
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘iem. die het offer is van de belangen van een ander’ voor het eerst aangetroffen in 1556 [1]
  • samenstelling van  slacht ww  en  offer zn  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord slachtoffer slachtoffers
verkleinwoord slachtoffertje slachtoffertjes

Zelfstandig naamwoord

slachtoffer o

  1. een dier dat (of mens die) gedood wordt als offer voor een godheid
  2. iets of iemand die zonder eigen schuld kwalijke gevolgen ondervindt van een gebeurtenis
    • Hij werd het slachtoffer van een overval. 
    • Het bedrijf werd het slachtoffer van gewetenloze speculanten. 
     Haar vader had financiële problemen, Louise noch hij wist er de details van, maar ze hadden begrepen dat het om een paar minder geslaagde zaken ging, misschien zelfs van die zaken die zo nu en dan voorkomen in oorlogstijd, die zaken waarbij je het risico liep het slachtoffer te worden van minder gewetensvolle debiteurs.[3]
     De waarheidscommissie die nu was begonnen zou niet alleen onschuldige slachtoffers van de politieke processen van een kwade tijd vrijspreken. Ze zou ook schurken brandmerken en niet alleen Tsjecho-Slowaakse schurken.[4]
  3. in het bijzonder iemand die sterft (of gewond raakt) ten gevolge van een gebeurtenis (ramp of gewelddaad)
    • De vliegramp maakte 200 slachtoffers. 
     In Nederland duurde die oorlog van het jaar 1940 tot 1945. Nederland was bezet door Duitsland. De Duitsers waren de baas over Nederland. Het was een heel moeilijke tijd. Er vielen veel doden. Ieder jaar worden de slachtoffers van de oorlog herdacht op 4 mei. En ieder jaar wordt op 5 mei gevierd dat Nederland een vrij land is.[5]
     Fotocollage van de slachtoffers: Er komen twee lange wanden te staan met de namen van alle slachtoffers. Nabestaanden en genodigden kunnen daar een bloem achterlaten zodat een erehaag ontstaat. Aan het einde van de ceremonie wordt een collage geprojecteerd van foto's van de slachtoffers. De nabestaanden hebben die foto's ingezonden.[6]
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
slachtofferen

slachtoffer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slachtofferen
    • Ik slachtoffer. 
  2. gebiedende wijs van slachtofferen
    • Slachtoffer! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slachtofferen
    • Slachtoffer je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "slachtoffer" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. slachtoffer op website: Etymologiebank.nl
  3. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  4. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044633535
  5. Bronlink Weblink bron nieuwsbegrip.nl “75 jaar vrijheid in Nederland” (2-9-2019), CED-groep
  6. Bronlink geraadpleegd op 14 maart 2022 Weblink bron “Fotocollage van slachtoffers bij herdenking MH17” (07-11-2014), NOS
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be