thermostaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ther·mo·staat
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘warmteregelaar’ voor het eerst aangetroffen in 1886 [1]
  • afgeleid van het Griekse 'statos' (stilstaand) met het voorvoegsel thermo- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord thermostaat thermostaten
verkleinwoord thermostaatje thermostaatjes

Zelfstandig naamwoord

thermostaat m

  1. (natuurkunde) (elektrotechniek) voor temperatuurwisselingen gevoelig apparaat dat gebruikt in een regeling de temperatuur in een bepaalde ruimte constant probeert te houden
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen