kabeljauw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·bel·jauw
enkelvoud meervoud
naamwoord kabeljauw kabeljauwen
verkleinwoord kabeljauwtje kabeljauwtjes

Zelfstandig naamwoord

kabeljauw m

  1. (voeding) (vissen) Gadus morhua op Wikispecies, middelgrote zoutwatervis, uitstekende consumptievis, bedreigd door overbevissing
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een spiering (schelvis) uitwerpen om een kabeljauw te vangen
iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie