root

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • root

Werkwoord

vervoeging van
roten

root

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van roten
  2. gebiedende wijs van roten


Engels

enkelvoud meervoud
root roots

Zelfstandig naamwoord

root

  1. (plantkunde), (groente) wortel
  2. (wiskunde) wortel


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /roːt/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

root v

  1. wortel (van een plant)
Verbuiging
Synoniemen