rees

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Rees


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rees

Bijvoeglijk naamwoord

rees

  1. partitief van de stellende trap van ree

Werkwoord

vervoeging van
rijzen

rees

  1. enkelvoud verleden tijd van rijzen
    • Ik rees. 
    • Jij rees. 
    • Hij, zij, het rees. 

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be