rees

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Rees


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rees

Bijvoeglijk naamwoord

rees

  1. partitief van de stellende trap van ree

Werkwoord

vervoeging van
rijzen

rees

  1. enkelvoud verleden tijd van rijzen
    • Ik rees. 
    • Jij rees. 
    • Hij, zij, het rees. 

Gangbaarheid

70 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.

Verwijzingen