gerezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·re·zen
Woordherkomst en -opbouw

Deelwoord

deelwoord
onverbogen gerezen
verbogen gerezen
vervoeging van
rijzen

gerezen voltooid deelwoord van rijzen

  1. vormt de voltooide tijden
    • Het deeg is nog niet voldoende gerezen. 
  2. attributief gebruikt
    • De gerezen vragen konden niet zo makkelijk beantwoord worden.