receptor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cep·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord receptor receptoren
receptors
verkleinwoord receptortje receptortjes

Zelfstandig naamwoord

receptor m

  1. (biochemie), (medisch), (natuurkunde) bestanddeel dat gevoelig is voor prikkels
  2. eiwit in het celmembraan, het cytoplasma of de celkern, waaraan een specifiek molecuul kan binden
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie