Naar inhoud springen

donor

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: donateur
  • do·nor
enkelvoud meervoud
naamwoord donor donoren
donors
verkleinwoord

dedonorm

  1. (medisch) gever, bijv. orgaandonor: degene die zijn orgaan afstaat
     Injecterende drugsgebruikers kwamen sowieso al niet in aanmerking als donor vanwege het hoge risico op dragerschap van andere bloedoverdraagbare aandoeningen, opgelopen door het gemeenschappelijk gebruik van naalden en spuiten.[3]
     'Werkelijk? Ik ben benieuwd hoe Lindenkamp het zou vinden als de donor van de nier ineens op de stoep staat om een relatie met haar zoon aan te gaan.[4]
    • Veel Nederlanders zijn bloeddonor. 
  2. (natuurkunde) een atoom dat een elektron afstaat (-> halfgeleiders)
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]