donor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: donateur

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·nor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord donor donoren, donors
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

donor m

  1. (medisch) gever, bijv. orgaandonor: degene die zijn orgaan afstaat
  2. (natuurkunde) een atoom dat een elektron afstaat (-> halfgeleiders)
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl