bètareceptor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bè·ta·re·cep·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bètareceptor bètareceptoren
bètareceptors
verkleinwoord bètareceptortje bètareceptortjes

Zelfstandig naamwoord

bètareceptor m

  1. (biologie) receptor van het sympathisch zenuwstelsel die op prikkeling reageert met o.a. bloedvatvernauwing, versnelling van het hartritme e.d

Gangbaarheid