rail

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Rails als metalen staven

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rail
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord rail rails
verkleinwoord railsje railsjes

Zelfstandig naamwoord

rail v/m

  1. een metalen staaf waar het wiel van een railvoertuig op rijdt
    Een trein rijdt op rails.
  2. een baan waar een railvoertuig over rijdt
    Het vervoer vond plaats per rail.
  3. een metalen richel waarover een deur of luik kan schuiven
    Een schuifdeur loopt over een rail.
  4. een metalen richel waarover een gordijn dat aan wieltjes hangt, kan rollen
    De rail voor het gordijn zit boven het raam bevestigd.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
rail rails

Zelfstandig naamwoord

rail

  1. reling