rail

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
1. Rails als metalen staven

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rail
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord rail rails
verkleinwoord railtje railtjes

Zelfstandig naamwoord

rail v/m

  1. een metalen staaf waar het wiel van een railvoertuig op rijdt
    • Een trein rijdt op rails. 
  2. een baan waar een railvoertuig over rijdt
    • Het vervoer vond plaats per rail. 
  3. een metalen richel waarover een deur of luik kan schuiven
    • Een schuifdeur loopt over een rail. 
  4. een metalen richel waarover een gordijn dat aan wieltjes hangt, kan rollen
    • De rail voor het gordijn zit boven het raam bevestigd. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
rail rails

Zelfstandig naamwoord

rail

  1. reling